Category Archives for "boekennieuws"

Ayn Rand en het Imperial Hotel

 

Toen Frans de Jongh terugkeerde naar China van zijn eerste verlof in 1924, koos hij de westelijke route via de Verenigde Staten en Japan. Hij bezocht onderweg New York, de Niagara Falls en de grote natuurreservaten Yellowstone en Yosemite. Aan het einde van zijn reis verbleef hij in het Imperial Hotel in Tokyo. Hij schrijft hierover: ‘Het is een heel vreemd bouwwerk, maar ik heb deze ruimte en frisheid in een hotel toch liever dan die artistieke sombere gedrongenheid.’ Het was ook het enige gebouw dat ongeschonden uit de grote aardbeving van 1923 gekomen was. Het was gebouwd door de architect Frank Lloyd Wright uit Chicago, wiens bouwstijl verwant was aan de Bauhaus stroming. Frank leek niet alleen op de vrijgevochten architect/held van de Fountainhead, het personage van Ayn Rand was door hem geïnspireerd. Frans was onder de indruk van de moderniteit van Japan. De sobere, maar toch frisse en ruimtelijk aangename inrichting van de Japanse huizen sprak hem aan. Hij hing in zijn huis in Tientsin een prent op van een Japans interieur . Op de foto een block print van het Imperial Hotel.

hotel-imperial-tokyo-001

Slauerhoffs eenzame eiland

Net uitgekomen Varend eiland, brieven van van J.J Slauerhoff. Je komt hem ook tegen in Hier in het Oosten alles wel. Op pp. 35, 36 en 40. Deze mismoedige dichter verbleef langdurig in het Verre Oosten en voer op de Java China Japan lijn, zelfs op hetzelfde schip de Tjimanoek en in dezelfde periode als mijn hoofdpersonage Frans de Jongh. Beiden waren geschokt door de misstanden die ze aantroffen. Slauerhoff werkte als scheepsarts maar stond machteloos tegenover het menselijke leed dat hij op de schepen aantrof. Hij ging niet graag aan land in China en verlangde steeds weer naar een leven op zee, maar bleef intens eenzaam op zijn ‘varende eiland’.

 

eiland

Swingend Shanghai 1924

Shanghai 1924. In de tijd dat Frans de Jongh er aankwam, stond  Shanghai bekend als een tolerante en moderne stad. Bijna iedereen streefde naar hetzelfde: rijk worden. Verschillen in ras, cultuur of taal leidden niet tot conflicten, in tegenstelling tot bijvoorbeeld in Kanton, waar buitenlandse handelaren bedreigd en beroofd werden. Het waren overvloedige, lichtzinnige tijden. Geld werd even gretig verdiend als uitgegeven. Er stonden prachtige majestueuze hotels zoals het Cathay, een van de oudste, gebouwd in de jaren twintig, dat nu nog bestaat onder de naam Fairmont Peace Hotel. ‘Er was een bloeiend uitgaansleven en er waren fraaie moderne warenhuizen van meerdere verdiepingen zoals Sincere en Wing-On, Dai-Sun en Sun-Sun, vol bont, juwelen, speelgoed, huishoudelijke spullen, ornamenten en de laatste Parijse mode zoals nu Selfridges in Londen of Macy’s in New York.’ Alles wat modeng (pidgin) was vloog over de toonbanken. De warenhuizen organiseerden seizoensuitverkopen, prijsvragen, en zelfs concerten of toneelvoorstellingen in hun daktuinen. ‘Shanghai liep over van de nachtclubs (waar de slanke, gepolijste Chinese meisjes populairder waren dan hun Russische collega’s), theehuizen, opiumkits, massagesalons, bordelen, casino’s, theaters en muziekhallen.

Ville Lumière de Chine

Spectaculair waren de gebouwen waar je alles in één had, zoals de Great World, een gebouw van zes verdiepingen met winkels, speeltafels, restaurants, acrobaten, shows, een spiegelpaleis, jongleurs, ijssalons, krekelgevechten, schiettenten, dansshows, bars en mah-jongtafels. Op het dak werd elke avond vuurwerk afgestoken. De Great World was eigendom van een Chinese miljonair. De zaak werd druk bezocht door zowel Chinezen als buitenlanders. Symbool van het decadente, blanke Shanghai was de exclusieve Long Bar in de Shanghai Club, een exclusieve herensociëteit op nummer 1 aan de Bund, de rivierboulevard. ‘De club claimde dat de bar van zo’n dertig meter lang, de langste ter wereld was. Elke bankier of koopman kon uit zijn plek aan de bar opmaken hoe ver hij op de lijst van de rijken van Shanghai gestegen was.’Het was een soort lijst avant la lettre als die van het blad Quote. ‘De Bund, de brede rivierboulevard was getransformeerd in een panoramisch geheel van majesteitelijke gebouwen, die in een brede boog langs de rivier de Huang-poo stonden.’ Ze staan er nog steeds, maar het zijn de wolkenkrabbers van die tijd. ‘Kanonneerboten, stoomschepen, sampans en slepers lagen als een guirlande in het modderige water.’ Er reden trams en de straten waren elektrisch verlicht. Op de kruispunten regelden de grote onverstoorbare Sikh politieagenten, met hun zwart-witte signalling batons onder hun arm geklemd, het verkeer. Overal karren, riksja’s en auto’s. Er werd dag en nacht geflaneerd.

modeng-shanghai-001

Dansende paren in het New Carlton Hotel

De lange zomers in Peitaiho

De lange zomers in Peitaiho

Om de stoffige, bloedhete Noord-Chinese vlaktes te ontvluchten verhuisden veel expatriates en ook de familie De Jongh tussen 1930 en 1942 jaarlijks voor minstens zes weken naar Peitaiho, een tien kilometer lang stuk goudgeel strand, dat omzoomd werd door heuvels vol geurende dennenbossen. Ze verbleven in hotels of huurden vakantievilla’s met grote veranda’s of loggia’s, gelegen in tuinen waar mimosa bloeide of bougainville groeide. De reis naar Peitaiho, die een halve dag duurde per langzame, schommelende stoomtrein, met harde houten banken, was meestal een echte verhuizing. Het hele huishouden inclusief personeel, zoals cook en amah verplaatste zich. Tijdens deze idyllische vakanties werd er veel gezwommen en af en toe op ezeltjes gereden, maar werden de kinderen verder beziggehouden door missionarissen, die ook met vakantie waren. Er werden dan spelletjes gedaan en bijvoorbeeld lessen in square dansen, zingen en het bakken van koekjes gegeven.

Peitaiho wordt Beidaihe

Na het uitroepen van de Volksrepubliek China in 1949 bleef deze badplaats geliefd en heette vanaf toen Beidaihe (Pinyin spelling). Alleen Mao, die een eigen baai had, Mao’s hogere partijfunctionarissen en hun families en buitenlandse gasten mochten hiervan gebruik maken.

Carolijn Visser

beschrijft deze situatie in haar recente boek Selma – een verhaal dat begint (1949), waar mijn verhaal ophoudt (1947) en vertelt over enkele zorgeloze zomervakanties in Beidaihe van Selma en haar gezin. Helaas kon ze er slechts enkele keren heen en dan met een permit, die ze kreeg omdat haar man belangrijk was in de partij. Anneke vertelt dat  anno 2016  Beidaihe nog steeds de plek is waar de bobo’s van de communistische partij ’s zomers vertoeven.

 

Weihsien Civilian Assembly Center, Shantung, 1943-1945 (Interneringskamp)

In maart 1943 werd Anneke de Jongh met haar broers, zusjes en ouders geïnterneerd in een Chinees jappenkamp. Een heel hoofdstuk van mijn boek is gewijd aan die tijd. Het was een heel zware tijd en de geïnterneerden hebben  zwaar geleden, maar Anneke heeft heel dierbare herinneringen aan de solidariteit die ontstond en de nivellering tussen de verschillende groepen mensen tijdens die kamptijd.  Ze kreeg veel verantwoordelijkheid voor haar leeftijd en genoot van het gezelschap van alle vaders en de jongens, die ze nu van dichtbij leerde kennen. Haar vader werkte niet dus hij was altijd beschikbaar. In Tientsin  waren de scholen immers gescheiden voor jongens en meisjes. Anneke staat als tweede van links op de bevrijdingsfoto met haar arm om haar broertje Frans.

WEIHSIEN-PAINTINGS website

Tijdens het schrijven van mijn boek vond ik de website van de oud-kampbewoners. WEIHSIEN-PAINTINGS. Anneke vond toen ineens de nog in leven zijnde kampgenoten terug, voornamelijk de kinderen van Weihsien. Dagenlang  en tot diep in de nacht zocht ze op de site na 65 jaar weer contact met de mensen, vaak jeugdvrienden, die ze na de oorlog uit het oog verloren was. Het was een emotionele schok, maar ze is dankbaar dat die tijd uit haar jeugd weer tot leven gekomen is en houdt met vele Weihsienners nog regelmatig contact via de aan de website gelinkte Yahoo chatgroep. De site is beslist een kijkje waard.

. 11_15_08a0001moon-gate3-10-block-22-tin-pan-alley-water-colour-e-bazire

Feestelijke boekpresentatie op 8 september 2016 in Dordrecht

 

boekenanneke-boekspeech-annekedsc_4978img-20160909-wa0002prieel

PRESENTATIE VAN HIER IN HET OOSTEN ALLES WEL, donderdag, jl. in Dordrecht in de 18e eeuwse stijlkamer van het fraaie pand van de gebroeders Duinisveld aan de Voorstraat. Bijna honderd genodigden, inloop met thee en taartjes, bedrukt met de titel van het boek, drie sprekers: Ben Knüppe, Rudolf Dekker en Anneke-Knüppe-de Jongh, gevolgd door een deels gesproken en deels visuele presentatie door de auteur. Een borrel in de mooie kamers en in de zonovergoten stadstuin met een Japans prieel. De twee hoofdpersonen van het boek, die nu nog in leven zijn, waren aanwezig. Anneke Knüppe-de Jongh (86) en haar zus Wiesje ToeWater-de Jongh (84). Het was gezellig druk door de grote opkomst van de extended family De Jongh-Defoer en andere belangstellenden.

Bijzondere vondst in de Volkskrant

brief-de-jongh-tientsin-achterzijde

Op 21 juni jl. publiceerde de Volkskrant een artikel over aérofilatelist TSchroots in haar Geschiedenis katern. TSchroots verzamelde talrijke luchtpostenveloppen van voor en tijdens de Tweede  Wereldoorlog en publiceerde zijn gegevens in twee encyclopedieën. Van de duizenden beschikbare luchtpostenveloppen werden twee foto’s uitgekozen om bij het verhaal af te drukken. Een van die twee enveloppen, gericht aan Mr en Mrs F. de Jongh, speelt een hoofdrol in Hier in het Oosten alles wel dat op 8 september jl. gepresenteerd werd in Dordrecht.  Ik bezocht de heer TSchroots in augustus en mocht van hem de envelop gebruiken. Zo kregen de genodigden voor de presentatie  hun uitnodiging, als in die oude envelop, tussen een afbeelding van de voor- en achterkant. Tijdens de presentatie werd deze anekdote erg gewaardeerd door het publiek.

Een prachtige trouvaille,

zo vlak voordat mijn boek waar ik vijf jaar aan gewerkt heb, uitkwam. Er was geen enkele envelop aanwezig in het familiearchief. De brief werd verstuurd in 1941, toen Nederland bezet was door de Duitsers. Brieven kwamen over en weer nog maar mondjesmaat door de censuur heen. De heer TSchroots wist het traject van de brief, die twee maanden onderweg geweest was, uit zijn hoofd na te vertellen:

Brief Amsterdam (Nederland)-Tientsin (China), per Transatlantic airmail via USA,verzonden uit Amsterdam 18-juli-1941 om 11uur, via Duitse censuur Obercommando der Wehrmacht (Frankfurt) via Clipperdienst (vliegboot) Lissabon-New York-San Francisco,vervolgens kwam hij vanwege de censuur terecht in Bermuda: P.C.90 Bermuda Opened by Examiner 2008, aankomststempel Tientsin 7-9-30 om 17 uur = (7 sept.1941), tarief: Port brieven buitenland 12½ cent + luchtrecht 32½ cent (tarief Nederland-V.S. van Amerika) = 45 cent