China verkend vanuit Shanghai, per boot, per trein en te voet, jaren 20, 20e eeuw

Frans de Jonghs reizen naar het Chinese achterland bij Shanghai

Frans de Jongh en zijn vrienden grepen iedere gelegenheid aan om eropuit te trekken. Ze namen vaak de boot – een zeilboot, een motorjacht of een huisboot – of de trein. Dit vervoer werd gecombineerd met wandelen in de natuur. Frans was een  zeer fitte langeafstandloper. Hij deed immers in Shanghai mee aan snelwandelwedstrijden. Dichter bij Shanghai verkenden de jongemannen de omgeving te paard.

De stadjes en dorpjes op het platteland verschilden hemelsbreed van het het kosmopolitische Shanghai. Je kon er kennismaken met de eeuwenoude  Chinese cultuur en levenswijze.  Het contrast tussen een enerzijds hoogbeschaafde, verfijnde en oude cultuur en de anderzijds uiterst primitieve manier van leven op het Chinese platteland was erg groot. Naast kleine gehuchtjes van lemen hutjes waren er overvolle binnenlandse stadjes en steden, die ommuurd waren en werden afgesloten door een stevige poort met daarboven een dak van gebogen dakpannen.

Schrijvers als Somerset Maughan, Louis Couperus en Slauerhoff, de enkele reizigers, die er rond 1910 in slaagden de binnenlanden te bezoeken schetsen een beeld van de steden en dorpen uit die tijd, dat bevestigd wordt door foto’s. Smalle stampvolle straten vol voetgangers, waaronder venters, bedelaars en zakkenrollers en verder huakans (draagstoelen), riksja’s, kruiwagens en karren, die er doorheen kronkelden, tussen de van grijze in de zon gedroogde baksteen gebouwde huizen door. Je rook er de typische Chinese luchtjes, maar het stonk er vooral enorm, althans zo werd dat beleefd door de buitenlanders. Hygiëne, zoals de vreemdelingen die van huis uit gewend waren, was onbekend bij de Chinezen. In de steden krioelde het van de ratten. De straten waren meestal slechts breed voor twee elkaar passerende mensen. Het plaveisel, dat vaak nat was van het water dat door de koelies in overvolle emmers vervoerd werd, bestond uit ruwe blokken graniet. Er waren geen trottoirs. De daken, waarvan de punten en randen opkrulden, waren bedekt met smalle rijen donkergrijze dakpannen. Winkeltjes waren open, zodat je kon zien wat er binnen te koop was. Vóór de kleine winkels, die niet hoger waren dan de begane grond en er hetzelfde uitzagen, wapperden rode en gouden uithangborden en vlaggen vol Chinese karaktertekens. Winkeliers van één soort handelswaar waren gevestigd in dezelfde straat, een fenomeen dat je nu ook nog steeds elders in het Oosten ziet zoals in Vietnam. De woonhuizen hadden een ommuurde binnenplaats die te bereiken was via een poortje vanaf de straat. Voor deze ingangspoorten zaten vaak twee stenen leeuwen aan de straat, met krullende manen en lachende muilen. De huizen zelf hadden slechts één kamer met een aarden vloer en papieren ramen, die ondoorzichtig waren maar wel licht doorlieten. Binnen had men weinig meubels. Het hele gezin sliep in dikke gestikte dekens en met lange kussens op de al beschreven kang, een groot vierkant stenen bed, dat tegen de muur aangebouwd was en waaronder ’s winters een vuurtje gebrand kon worden. Overdag werd een tafeltje met korte poten op kang gezet om aan te eten. Gekookt werd er op een stenen kachel. Riolering was er niet. Menselijke uitwerpselen werden iedere ochtend door speciale koelies in emmers opgehaald en voor de bemesting van landbouwgrond gebruikt. Water werd uit waterputten gehaald. Olielampjes zorgden voor licht.

Huisboottochtje naar Soochow, Taihu Lake, april 1920

Soochow, het Venetië van het Oosten, was hun eindbestemming. Huisgenoot Walle en Frans vertrokken per huisboot, die gesleept werd om 4 uur ’s middags en kwamen de volgende dag om 10.00 uur aan in Soochow aan het Tahu Lake. Vanuit Soochow maakten de twee vrienden een stevige wandeltocht door de bergen.  Ze kwamen uitgeput en oververhit aan bij de pagode in de bergen en kregen thee van een monnik. Ze voeren vanuit Soochow naar Mutu.

  Links: de gehuurde boot                                                                                           

  Rechts: Soochow (Suzhou)

  Links: de pagode in Soochow

  Rechts: Frans op de boot met Bobby

  Links: brug in Sz-Keu (bij Soochow) waar we  twee dagen met onze boot gelegen hebben

  Rechts:  Soochow 

  Links: berg op berg af                                                       

  Rechts: de laatste berg met de pagode en de berg Modo op de achtergrond

  Grachtje in Mutu

Mokanshan, een hill-station met mistige bamboebossen, 6-11 februari 1921

Mokanshan was een heuvel van 2000 feet hoog, gelegen op de kustvlakte. 40 mijl ten noorden van Hangchow en drie maal zo ver van Shanghai. Er stonden berghutten en vakantiehuizen in Europese stijl en er was een hotel. Het was erg moeilijk om er te komen. In de zomer zochten de westerlingen er verkoeling. Frans en zijn vrienden brachten er een bezoek in de winter. De families die er in de zomer logeerden brachten bedienden en huisraad en proviand mee. Koelies moesten alles de berg op zeulen. Ze droegen de westerlingen zingend in draagstoelen naar boven.

Links: foto van 1994 Old China Hand Press, vakantiehuis uit de jaren 1920- 1930 op Mokanshan

Rechts: februari 1921, in het besneeuwde bamboebos

 Links: Hotel Mokanshan

 Rechts: De vrienden voor een berghut

Hangchow Bore september 1921 en de tocht erheen

Op de foto hieronder zien we de vloedgolf te Haining van ten feet hoog, die regelmatig terugkeerde en voorspelbaar was. ’s Morgens had Frans een treinreis gemaakt van vijf uur. Daarna voer hij met kleine roeibootjes door allerlei binnenwatertjes naar Haining dat een voorstadje was van Hanchow en aan het eind van het Grote Kanaal lag. Deze kleine tsunami komt tot stand omdat het uitvloeiend rivierwater de vloed vanuit zee twee dagen lang na volle maan weerstand biedt. Het Grote Kanaal was eeuwenlang de belangrijkste noord-zuid waterverbinding in China. Het loopt helemaal tot aan Peking. Het kent een geschiedenis van tijdelijk verval en herstel , maar vooral van grote bloeiperiodes.

 

  Links: op weg naar Haining

  Rechts: de Hangchow Bore             

Links: deze roeier roeide tegelijkertijd met een peddel aan zijn hand en een peddel aan zijn voet

Rechts: op weg naar Haining

De waterstadjes langs het Grote Kanaal, september 1921

      

Links: bruggetje in Soochow

Rechts: Kanaal met Stadsgezicht in Soochow

  Links: een grachtje in Soochow

  Rechts: het voorhof van de stadstempel, gebruikt als markt. De winkels en stalletjes staan tot in de tempel naast Mr. Bouddha 

  (onderschriften van Frans zelf)

Links: Waterpaviljoen in Kading (nu Jiaxing)

Rechts Grachtje in Kading

Links: Het Grote Kanaal in Kading

Rechts: Chinese jeugd in gewatteerde winterkleding

 

Langs Het Grote Kanaal

 Langs het Grote Kanaal

Uitstapje naar Kuling, 7-26 oktober 1921

Hill Station Kuling is veel groter dan Mokanshan en ligt verder weg van Shanghai, hoog boven de Yang-Tse-Kiang rivier. Frans en zijn vriend Walle vertrokken ’s nachts vanuit Shanghai over de Yang-Tse met een Engelse boot: de schitterend ingerichte Yuen-Li. De oevers van de Yang-Tse waren overstroomd, daarom leek de watervlakte op een zee.  Ze voeren langs Nanking, Wuhu en Anking. In Kiukiang overnachtten ze in een primitief hotel en reden de volgende dag met een motor-car tot aan de voet van de bergen. Vanaf hier werden ze met draagstoelen de berg op gedragen door de gap, een soort bergpas. De berg heette Mount Lushan. De expatriates noemden het bergplaatsje Kuling (Frans schatte dat er toen wel 100 vakantievilla’s  stonden). Inmiddels heet het weer Lushan. Tegenwoordig is er een drukke toeristische weg, maar in 1921 kon je alleen per draagstoel boven komen. Voor volwassenen waren er vier dragers nodig, voor kinderen twee. Kleine kinderen werden in een mandje aan een lange stok naar boven gedragen. Per drager kostte dit vervoer 78 cent per persoon. Frans vond het griezelig. De koelies liepen langs angstwekkende afgronden. Toch genoten ze van de prachtige vergezichten over de vallei met de gele Yang-Tse en het immense Po-yang meer. De vrienden begonnen zich in Kuling na een paar dagen te vervelen omdat het voornamelijk regende. Ze vermaakten zich dus maar met het schrijven van ansichtkaarten. Op 21 oktober vertrokken ze vanuit  Kiukiang naar Hankow, een leuk plaatsje verder stroomopwaarts aan de Yang-tse, waar de HCHC een kantoor had. Er was een Europese stad met Franse, Japanse, Russische en Duitse concessies. De Russisch-Duitse concessie werd bestuurd door China en zag er onderkomen uit. De terugreis ging tweemaal zo snel omdat de boot stroomafwaarts voer. Van Nanking het per trein naar Shanghai. Op woensdag 26 oktober waren ze weer thuis.

  Links: Frans, aan boord van de Luen-Yi, op de oeverloze Yang-Tse Kiang

 Rechts: Het eilandje ‘Little Orphan’ in de Yang-Tse vanaf de Luen-Yi

 

  

  Links: Jonks op de Yang-Tse

  Rechts: de Pagoda van Anking 

Links: Walle in de ‘sedan chair’  wordt naar Kuling gedragen

Rechts: Uitzicht van Kuling over de Yang-Tse

  Links: rusten bij een beek

Rechts: Kuling in de sneeuw

Zeilen op de Huangpoo bij Shanghai, 5-6 augustus 1922

Links: Frans heeft een moment voor zichzelf: de krant lezen aan boord 

  Rechts: topees of boater tegen de zon

  De housboattocht naar Hanchow (Hangzhou) Westlake april 1925

   Links: april 1925, de lange sleep van huisboten door een stoombootje van Shanghai naar Hangchow getrokken 

   Rechts: een dorpje op weg naar Hanchow         

   Links: onderweg naar Hanchow                                                                         

   Rechts: het interieur van een houseboat, er ging veel drank mee aan boord

Onderschriften van Frans zelf:

Links: Hanchow: poort aan een aanlegplaats voor een beroemde  theetuin op een der eilandjes in het Westlake 

Rechts: ideaal Chinees tuingezicht: paviljoen, wilgenbomen, zig-zag bruggetje, rietjes en water. De eilanden op het Westmeer in Hangchow  zijn vol dergelijke paviljoenen

Woosung 1921-1925

Woosung was een dorpje in de buurt van Shanghai, even buiten de stadspoorten. De jongelui gingen daar vaak wandelen. ( Het heet nu Wusong en is als wijk opgenomen in de stad  Shanghai).

Links: de stadspoort van Woosung

Rechts: boerenhuis even buiten de stadspoort

Links: de hoofdstraat van Woosung

Rechts: doorkijkje door de stadspoort

 

Wandelen langs de Yang-Tse-Kiang

Wandelingen door de Shanghai Hills, zomer 1925

  Links: Vervallen grootheid in China. Alles is ruïnes, niets wordt onderhouden of nieuw gebouwd

Rechts: Grafheuvel in het land

 

  Chineesche vrouwen aan het weefgetouw in de openlucht

(de onderschriften van deze drie foto’s zijn van Frans zelf)

 

 

Mieke Melief

Klik hier om een reactie achter te laten

Laat een reactie achter: